HoogeveenRegioInterview

 Interview van Ayla Buiting met theatermaker Tom de Ket over 10 jaar de Verleiders en hun laatste voorstelling Bureau Buitenshot.


Hoogeveen, 17 april 2025 – Interview voor de voorstelling DE VERLEIDERS.Deze vindt plaats op vrijdag 25 april 2025 in theater De Tamboer

A.B. Waarom het onderwerp consultancy?
Afgelopen 10 jaar hebben wij voorstellingen gemaakt over uiteenlopende onderwerpen van de vastgoedfraude, het boekhoudschandaal bij Ahold,  de banken, de macht van Big Pharma en Big Tec enzovoort. In onze research naar deze sectoren en praktijken viel ons altijd weer de rol op van de consultancy. Als een onzichtbare duistere macht op de achtergrond.

A.B.  Veel grote schandalen van deze sector zijn niet bekend.
Nee, er zijn er wel een paar die in het oog springen zoals de rol van MCKinsey bij het opiatenschandaal van Perdu.  Maar het wezen van de consultancy is juist dat ze buitenschot blijven. Hun adviezen zijn in essentie vrijblijvend en een prestatie verplichting is er meestal ook niet.  Toch besteed de overheid enorme bedragen aan extern advies. Ze zitten overal aan tafel, hebben overal een vinger in de pap. Hoe kan dat? Ik denk dat bijna iedere Nederlander wel eens in aanraking gekomen met consultancy, trainingen, coaching trajecten. Het lijkt wel alsof de ene helft de ander helft coacht.

Van de onderwijssector is bijvoorbeeld bekend dat er zo’n 70.000 adviseurs rondlopen. Dat is meer dan het hele leraren tekort bij elkaar. Er zijn 40.000 adviesbureaus actief die de sector adviseren met allerlei plannen. Dat is een miljarden business. In andere sectoren is dat ook aan de hand.

A.B. Waarom leveren we ons massaal uit aan deze branche?
Dat is één van de centrale vragen uit de voorstelling.  Het ontlopen van verantwoordelijkheid.  Er is een grote angst om afgebrand te worden.  Foute beslissingen te nemen. Gecanceld te worden. Om je uit te spreken.  Filosoof René ten Bos munt de term hosofobie.  Een soort smetvrees.  De consultancy fungeert dan als schild. Om je achter te verschuilen.  Of beslissingen voor je uit te schuiven.  Door onderzoeken te laten verrichten, of reorganisaties.

A.B.  Over wat voor adviezen hebben we het dan?
Het zijn altijd dezelfde dingen. Efficiency en performance maatregelen.  Altijd zogenaamde oplossings gerichte bedrijfsmatige voorstellen. Het is utilitarisme. Ik noem dat wel eens het wegcijferen van waarde.

A.B. Is dat erg? Een beetje efficiency kan geen kwaad lijkt me.

Ja het kan kwaad. Dit soort consultancy neemt met name de eigen denkkracht weg bij mensen en organisaties. Alsof mensen zelf niet kunnen nadenken, zelf niet weten wat er echt aan de hand is in hun bedrijf of in hun leven.  Er ontstaat een cultuur van hulpeloosheid. In de psychologie bestaat de term aangeleerde hulpeloosheid. Learned helplesness. Als je wordt aangeleerd dat je geen invloed hebt op wat je overkomt.  We vertrouwen niet meer op onze eigen inzichten.

A.B.  Heb je zelf ook ervaringen met de consultancy?
Sterker nog, ik heb erin gewerkt als adviseur o.a. bij de Baak.  Maar ook in onze eigen sector is het consultancy denken binnengeslopen. Als je als theatergroep in aanmerking wilt komen voor subsidie is er een hele systematiek waaraan je moet voldoen. Een hele technocratische kijk op kunst die in feite ook uitgaat van dat rendements denken. Spreiding, publieksbereik, culture gouvernance codes.  Het zijn hele checklists die je moet afwerken. Dries Verhoeven heeft in de theatermaker daar een heel goed stuk overgeschreven.  Dat laten wij kunstenaars ons allemaal aanleunen.  Alsof je op een spreadsheet kan zien wat de kwaliteit van een theatermaker is.  Die subsidie systematiek waar artiesten zich toe moeten verhouden lijdt alleen maar af van wat ze werkelijk willen maken. Niet alleen kost het heel veel tijd maar het stuurt meteen een bepaalde richting op.

A.B. Maar jullie maken toch geen gebruik van subsidies?
Precies, om die reden niet. Wij blijven liever autonoom.  Maar als kunstenaars zich al laten lijden door dit soort spreadsheet denken dan doen zeker overheden en bedrijven dat. Marianna Mazucatto heeft daar een geweldig boek overgeschreven. The big con, dat gaat over hoe consultancy overheden verzwakt en onze eigen denkkracht of eigen wijsheid wordt ondermijnd.

A.B.  Je had het net over waarden. Welke waarden bedoel je dan precies?
Dat is de vraag. Wat vinden wij nu werkelijk belangrijk. Bijvoorbeeld welke beroepen vinden wij echt iets toevoegen?

Er is altijd ingezet op de kenniseconomie.  Ik denk dat wij in dit land een overschot hebben aan hoogopgeleiden. Werd natuurlijk altijd gestimuleerd. Ga studeren. Doe op z’n minst HBO maar het liefst iets universitairs. Dat heeft uiteindelijk geleid tot een beroepsbevolking die weliswaar hoogopgeleid is maar niks kan. Iedereen is een manager, beleidsmedewerker of doet iets in communicatie. Aan de andere kant hebben we een schrijnend tekort aan mensen die echt wat kunnen. De loodgieters, elektriciens, zorgpersoneel. Zeg maar de mensen waar we een paar jaar geleden allemaal voor moesten klappen. Het probleem is dat al die hoogopgeleide kletsende niks kunners zich met alles bemoeien. Zij moeten de problemen van deze tijd oplossen. Ze zitten op alle sleutelposities. Hebben titels als Beleidscoördinator supervisor content developper proces manager senior bullshitter. Ze zijn stronteigenwijs, luisteren naar niemand behalve naar de door hun zelf ingehuurde consultants.

A.B.  Je ziet de consultancy dus vooral als een soort symptoom.
Ik zie een algehele verlamming in de samenleving. Grote problemen worden niet of nauwelijks aangepakt. Bestuurders zijn machteloos. Of het kan niet door de regeldruk of bestuurders zijn bang om impopulaire maatregelen te nemen of ze schrikken terug voor de complexiteit van vraagstukken. Aan de ene kant wordt daadkracht van ze verlangt aan de andere kant brengt juist die daadkracht ze in de problemen. Ze kunnen erop afgerekend worden. Het enige beleidsinstrument wat blijkt te werken is de crisis. Een crisis uitroepen verschaft een zekere vrijheid. Je kan democratische processen omzeilen. De filosoof Giorgio Agamben heeft hier mooie dingen over geschreven. Agamben stelt dat politici en beleidsmakers steeds creatiever omgaan met het formuleren van problemen en het uitroepen van crises. Dit doen ze om beslissingen te legitimeren die onder normale omstandigheden niet geaccepteerd zouden worden.  De asiel noodwet is hier een mooi voorbeeld van.

A.B. Het wordt jullie tiende voorstelling, een jubileum. Kunnen we iets speciaals verwachten?
Nou we gaan het voor het eerst ook over onszelf hebben. Wat hebben we bereikt? Hebben we wel wat bereikt?

A.B.  Zeg het maar.
Ik ben daar ambivalent in.  Ja we hebben zeker voor ophef gezorgd. Het geldstelsel ter discussie gesteld. Het gevaar van discriminerende algoritmes aangetoond. Ik herinner mij nog levend de kokende avonden in Carré. Er gebeurt altijd van alles bij onze shows in de zaal. De voorstelling wordt altijd voortgezet met levendige discussies in de foyer.  Ophef dus maar of die ophef ergens toe geleid heeft weet ik niet.

A.B.  Jullie zijn allemaal van een zekere leeftijd.
Je zegt het netjes.

A.B.  Speelt dat nog een rol?
In het stuk komt een oudere activist de voorstelling verstoren. Hij blijkt gecanceld en is duidelijk het contact verloren met deze tijd. Dat gaat ook over ons of laat ik voor mezelf spreken voor mij. Ik ben opgegroeid in de jaren zeventig en was een linkse jongen. Activistisch, speelde in punkbands, verzon ludieke protesten om te provoceren. De provocatie komt nu van rechts. Rechts relt, trolt en provoceert. En wat doet links? Ze reageert zoals vroeger rechts reageerde op ons. Humorloos en moralistisch. Ze schakelt de rechterlijke macht in om extreemrechts aan te klagen. Links zijn moralistische fatsoensrakkers geworden. Dus waarom de linkse oppositie machteloos geworden is in dat licht ook een thema van de voorstelling. En dan kan je je afvragen wat heeft dat in godsnaam met de consultancy te maken? Ik denk dat links zich vooral geïdentificeerd heeft met een globalistische kosmopolitische agenda. Links wordt vereenzelvigd met de hoogopgeleide elite. Dus met consultants, beleidsmedewerkers, managers en niet met het volk.

A.B.  Het thema polarisatie beheerst de afgelopen jaren het debat. Ook in deze voorstelling gaan jullie het erover hebben.
Vooral of het wel een probleem is. Wordt polarisatie met name niet gebruikt als afleiding. Er is heel veel onvrede in het land over van alles en nog wat. Maar er wordt met name over heel veel dingen anders gedacht. Er zijn verschillen in visie. Over migratie, klimaat, onderwijs, woning schaarste, desinformatie, Israël enzovoort. Maar er is jaren gedaan alsof er voor alles een oplossing is. Maar dat is er niet! Dat is het consultancy denken. Het TINA denken. There is no alternative. Er is wel degelijk verschil in visie.  Als dat genegeerd wordt dan krijg je polarisatie. Waar overigens opzich in feite niks mis mee is. Volgens de  Franse filosofe Chantal Mouffe is het conflict de drijvende kracht achter de democratie en consensus noodzakelijkerwijs gebaseerd op uitsluiting. Het is opmerkelijk hoeveel voorstellen er gedaan worden om het demonstratierecht in te perken. Om actievoerders en groepen te criminaliseren. Sowieso om de vrijheid van meningsuiting  te beperken. Het is ook opmerkelijk hoe vaak de rechter een ideologisch geschil moet beslechten. Dat is in feite het echec van de democratie. Het werkelijke debat wordt niet echt gevoerd. Maar als dit soort debatten niet worden gevoerd dan en het bestuur steeds machtelozer wordt dan worden we een speelbal van de agenda van het grootkapitaal. Je zou misschien zelfs kunnen zeggen dat de hele consultancy erop gericht is om mensen niet zelf meer te laten nadenken zodat die agenda uitgerold wordt. In het boek Woke capitalisme van Carl Rhodes wordt dat ook gesuggereerd. De hele duurzaamheid ’s en diversiteitsagenda wordt door grote bedrijven maar ook consultancybureaus gebruikt als rookgordijn om juist niks te doen.

A.B.  Zo te horen staat de voorstelling bol van allerlei verschillende thematieken.
Zo lijkt het. Maar het gaat in feite maar om één ding. Het verlies van autonomie.

Wat ik overigens grappig of ironisch vind is hoeveel de consultancy op ons vakgebied lijkt.

Wie het narratief beheerst bepaald. Daar zijn die topconsultancy bureaus zich zeer van bewust. In feite verkopen ze niks anders dan verhaaltjes. Maar dat doen ze op superieure wijze. Vertelt door the best of the best. Killer presentaties, state of the art vormgegeven. Allemaal beeldvorming. In het boek van the big con van Mazucatto staat een voorbeeld van hoe deze consultants getrained worden. Het accent ligt altijd op HOE iets verteld wordt dan op WAT er verteld wordt. “You have to deliver”.  Wat betreft lijkt het heel erg op ons vak. Wij zijn in eerste instantie verhalenvertellers. Het gaat ons ook om het HOE. Wij moeten entertainen. En dan kun je maar het beste gebruik maken van the best of the best. Daarom zijn wij ook heel blij dat Pierre Bokma voor de vijfde keer mee doet.

Pierre speelt in het stuk de oprichter en managing director van Bureau Buitenschot, Hans Buitenschot. Hij neemt ons mee achter de schermen en laat ons zien hoe de consultancy werkt. Maar hij houdt met name ons allemaal een spiegel voor. Hij dwingt ons na te denken over waarom wij zo goedgelovig zijn, geen verantwoordelijkheid willen nemen, waarom we liever laf zijn dan moedig. En zo sluipt een faustiaans thema in het stuk waarin Pierre het publiek verleid om zich over te leveren aan hem. Hans Buitenschot wordt hiermee de ultieme verleider, de Mephisto van het extern advies. Dat kun je natuurlijk alleen maar bewerkstelligen als je zelf een meester verteller bent.…

Interview met Tom de Ket: Verleiders Bureau Buitenschot


Hoogeveen-, 17 maart 2025 – Het gaat om Bureau Buitenschot van De Verleiders (met o.a. Pierre Bokma, Victor Löw en Tom de Ket).

Na negen legendarische voorstellingen over macht, banken, vastgoedfraude en meer, komen De Verleiders nu met messcherpe satire over het bestuurlijke gezwel wat onze samenleving al twintig jaar overwoekert: het extern advies. Een wildgroei aan organisatie-, advies- en strategieconsultancies heeft bestuurlijk Nederland lamgeslagen en de democratie uitgehold. Ondertussen is er een immer groeiende groep burgers die zich door deze praktijken ongezien en steeds machtelozer voelt. Ze kunnen geen woning krijgen en worden voor fraudeur uitgemaakt. Wat te doen? De Verleiders geven een avond lang ongevraagd en ongezouten advies. En dat voor een bescheiden uurtarief.

Deze voorstelling is te zien op 25 april in Theater De Tamboer in Hoogeveen voor kaarten KLIK HIER

Consultants, Controles en Verlies van Autonomie
In hun tiende jubileumvoorstelling duiken De Verleiders, met o.a. Pierre Bokma en Victor Löw, in de wereld van consultancy – de onzichtbare invloed die overal aanwezig lijkt te zijn, van de overheid tot het bedrijfsleven. Waarom laten we ons zo massaal leiden door externe adviseurs? Hoe beïnvloedt dit onze autonomie en besluitvorming? In dit interview geeft acteur en schrijver Tom de Ket een inkijk in de thematiek van de voorstelling, met scherpe observaties en persoonlijke reflecties over onze maatschappij, verantwoordelijkheid en de rol van consultants in een tijd waarin alles meetbaar lijkt te moeten zijn.

Waarom het onderwerp consultancy?
De afgelopen 10 jaar hebben we voorstellingen gemaakt over vastgoedfraude, banken, Big Pharma, en meer. Steeds stuitten we op de invloed van consultancy, een onzichtbare, duistere macht op de achtergrond. Hun adviezen lijken vrijblijvend, maar de overheid besteedt miljarden aan extern advies. Hoe kan het dat deze branche overal een vinger in de pap heeft?

Veel schandalen zijn onbekend.
Klopt, hoewel er grote incidenten zijn, zoals McKinsey’s rol in het opiaten-schandaal. Consultancy blijft meestal buiten schot. In de onderwijssector zijn er bijvoorbeeld 70.000 adviseurs – meer dan het lerarentekort. Overal vind je dit soort externe experts.

Waarom laten we ons hier massaal aan over?
Het heeft te maken met angst voor verantwoordelijkheid: fouten maken, gecanceld worden, of impopulaire beslissingen nemen. Consultancy biedt een schild om achter te schuilen. Het is een symptoom van een maatschappij die verantwoordelijkheid ontloopt.

Wat voor adviezen geven consultants?
Het gaat altijd om efficiency en performance, oplossingsgerichte voorstellen die waarde reduceren tot cijfers. Dat veroorzaakt aangeleerde hulpeloosheid: mensen vertrouwen niet meer op hun eigen inzicht.

Heb je zelf ervaring met consultancy?
Ja, ik heb als adviseur gewerkt. Ook in de kunstsector is dit denken doorgedrongen. Subsidies worden gebaseerd op spreadsheets en rendementsdenken, wat afleidt van waar kunstenaars echt mee bezig willen zijn.

Jullie werken zonder subsidies. Waarom?
Om autonoom te blijven. Subsidies vragen om een technocratische aanpak die creativiteit beperkt. Consultancy verzwakt ook overheden en ondermijnt denkkracht, zoals Marianna Mazucatto beschrijft in The Big Con.

Wat bedoel je met ‘waarden’?
We hebben een overschot aan hoogopgeleiden en een tekort aan mensen die écht wat kunnen, zoals zorgpersoneel of loodgieters. Intussen bepalen beleidsmakers en consultants alles – vaak mensen met fancy titels, maar zonder praktische impact.

Wat is de kern van deze voorstelling?
Het verlies van autonomie. Consultancy verkoopt verhalen en beheerst het narratief, net zoals wij dat als theatermakers doen. In de voorstelling speelt Pierre Bokma Hans Buitenschot, een mephistofelische consultant die het publiek dwingt na te denken over verantwoordelijkheid en moed.

Wat is het grotere thema?
De maatschappij lijkt verlamd. Bestuurders zijn bang om beslissingen te nemen en verschuilen zich achter onderzoeken en regels. Polarisatie wordt vaak als afleiding gebruikt. Verschil in visie is essentieel, maar wordt weggezet als een probleem. Democratie draait juist om debat en conflict, maar als dat ontbreekt, worden we speelballen van grote bedrijven en consultants.

Een jubileumvoorstelling. Wordt het bijzonder?
We reflecteren op onszelf: wat hebben we bereikt? Hebben we impact gehad? We zijn ouder, maar nog altijd scherp. De voorstelling bevat humor, maatschappelijke diepgang en confronteert zowel het publiek als onszelf.

Wat kunnen we verwachten?
Een prikkelende mix van satire, filosofische vragen, en verleiding. Pierre Bokma verleidt het publiek als ultieme consultant om zich over te leveren aan zijn macht – en stelt de vraag: waarom zijn we zo goedgelovig?…

Gitaarband JOHAN met Pop Music langs de Nederlandse theaters


Hoogeveen, 12 maart 2025 –  Interview voor de voorstelling “Johan” wat plaats zal vinden op vrijdag 14 maart 2025 in theater De Tamboer.

Jacob de Greeuw: ‘Je moet je publiek niet weg willen blazen door steeds harder te gaan spelen, wat je in de concertzaal nog wel eens wilt doen. Wij spelen meer akoestisch, met een kleinere drumkit en ook minder grote versterkers op het podium.’

door Isabel de Jong

Na een zo goed als uitverkochte tournee in de popzalen in voorjaar en najaar 2024 is de Amsterdamse gitaarband JOHAN vanaf maart ook de Nederlandse theaters ingegaan met Pop Music. Volgens zanger en gitarist Jacob de Greeuw speelt Johan liedjes van al hun zes albums, aangevuld met diverse covers van nummers die de band hebben geïnspireerd. ‘Een muzikale reis’, noemt De Greeuw Pop Music waarin dus de magie van het popliedje centraal staat.

In 2009 deed JOHAN ook al eens een theatertour, maar toen was de bezetting anders. Uiteraard zijn bassist Diets Dijkstra, drummer Jeroen Kleijn en gitarist Robin Berlijn van de partij. Toetsenist Jan Teertstra speelt ook in Pop Music mee met JOHAN.

Het nieuwste, vaste bandlid is gitarist Robin Berlijn, die op de laatste twee albums van JOHAN (Pull Up, 2018 en The Great Vacation, 2024) ook al meespeelde. De Greeuw: ‘Met dit nieuwe JOHAN wilden we na Pull Up eigenlijk al de theaters in, maar door corona werd dat steeds uitgesteld. Toen de theaters in 2022 weer opengingen waren we al zo ver gevorderd met het nieuwe album The Great Vacation dat we die klus eerst wilden klaren. Maar je moet theaters lang van tevoren boeken. Dus zeiden we: okee, in 2025 kunnen we. Die data kwamen er sneller aan dan gedacht, dus we zijn de laatste maanden hard aan het repeteren geslagen.’

In Pop Music, in een regie van Gérard van Kalmthout, vraagt JOHAN zich af hoe je een popliedje schrijft. Over de theatertournee en meer een gesprek met Jacob de Greeuw en Robin Berlijn. 

Wat maakt concerten in theaters anders dan in concertzalen?
De Greeuw: ‘Een theater is best intimiderend. Je komt het podium op en ziet het publiek zitten wachten met een gezicht van kom maar op. Althans zo voel ik dat. Ik heb veel meer het gevoel dat ik ze echt moet overtuigen, dat heb ik niet als ik in Paradiso sta. Dan komen we gewoon ons ding doen.’

Berlijn: ‘Ik ben er deze theatertour voor het eerst bij, maar heb al eerder in theaters gespeeld met Ellen ten Damme en Kane. Als je in een theater je plectrum op de grond laat vallen dan hoor je tik. Zo stil is het in de zaal. Iedere beweging die je maakt valt op en krijgt een betekenis. Een nonchalante houding kun je je in een concertzaal wel permitteren maar niet in het theater.’

Voor Pop Music is een sfeervol lichtplan gemaakt door Mark Tober. Op het achterdoek is een veranderend beeld van Jorinde Brandligt te zien. Gérard van Kalmthout regisseert. De mannen kijken elkaar aan als ze spelen, zoals ze dat ook in de repetitieruimte doen. De Greeuw licht zo nu en dan een tip van de sluier over het ontstaan van een JOHAN-nummer. En vertelt over songs uit zijn jeugd die een onuitwisbare indruk achterlieten. Uiteraard wordt er vooral gespeeld in Pop Music, zowel eigen nummers als covers die de band op verzoek van platenlabel Excelsior Recordings op de ep The Soundtrack of our Lives zette. 

Zijn alle liedjes van JOHAN geschikt voor het theater?
De Greeuw: ‘Je moet je publiek niet weg willen blazen door steeds harder te gaan spelen, wat je in de concertzaal nog wel eens wilt doen. We maken de liedjes daarom wat ‘kleiner’. Het publiek zit geconcentreerd te luisteren. Wij spelen meer akoestisch, met een kleinere drumkit en ook minder grote versterkers op het podium. Een beetje zoals in de oefenruimte. Zo gaat het podium er ook uitzien. Verder houden we het simpel hoor. We trekken ook geen raar pak aan.

Tijdens Pop Music spelen we behalve een selectie van onze albums ook covers van liedjes die op een bepaalde manier vormend zijn geweest voor JOHAN.

Heel toevallig kwam onze platenmaatschappij Excelsior tijdens de voorbereidingen met het idee om een aantal van hun bands onder de titel The Soundtrack Of Our Lives een ep te laten maken met zes liedjes die bepalend voor hen waren. Onze ep verschijnt als eerste, tijdens de tournee, en daar spelen we veel van.

We doen bijvoorbeeld Seasons van Earth & Fire, geschreven door George Kooymans en Days van The Kinks, dat mensen meer met Johan zullen associëren.’

Berlijn: ‘En Love is Strange. Een liedje dat Buddy Holly zong en dat mij altijd ontzettend gefascineerd heeft. Ik moet vaak aan hem denken. Zijn liedjes waren echt revolutionair. Maar in 1959, nog geen 23 jaar oud, verongelukte hij. Wat als hij nog geleefd zou hebben?’

Hoe ben jij eigenlijk in JOHAN gekomen, Robin? Kenden Jacob en jij elkaar goed?|
Berlijn: ‘We hadden elkaar wel eens ontmoet op een feestje of bij concerten. Ik vond het extreem eervol dat hij me belde of we niet iets samen konden gaan doen.’

De Greeuw: ‘We hadden in 2016 samen in Paradiso op een David Bowie tribute-avond gespeeld. Ik was in 2009 met JOHAN gestopt, maar kreeg langzaam weer de kriebels en wilde een nieuwe band beginnen. Met de vorige gitarist Maarten Kooijman had ik fantastisch gewerkt, maar ik wilde iets anders. Dus ik dacht van wie ben ik fan? Robin Berlijn dus, die ik al sinds hij in de Fatal Flowers speelde, volgde. Ik vroeg of hij het leuk zou vinden met mij te spelen en stuurde hem een paar opzetjes van liedjes. Ik was gewend alleen te componeren, maar omdat ik zo lang niks meer gedaan had wilde ik wat meer input. En bam, bam, bam, ik kreeg meteen van alles terug.’

Op het meest recente JOHAN-album The Great Vacation delen jullie de credits van de liedjes, dat is voor het eerst toch, Jacob?
De Greeuw: ‘Ja. Pull Up was nog meer mijn album. Maar het klikte zo goed tussen ons dat we voor The Great Vacation echt samen zijn gaan zitten. Ik vond het echt geweldig werken zo, echt met een fijne Lennon/McCartney-vibe.’

Berlijn: ‘Ik zou nooit aan iemand als Jacob vragen: zullen we samen een liedje schrijven? Want daar heeft hij mij niet voor nodig. Maar ik had een melodietje in mijn hoofd dat ik hem gestuurd heb en daarna ging ik vaak naar hem toe, zaten we samen om op de bank of achter de laptop en kwam er altijd iets uit.

Jacob heeft het imago gesloten te zijn, maar muzikaal is hij juist heel open en geïnteresseerd. Eigenlijk is Jacob als het om muziek maken gaat een socialist in hart en nieren en volkomen ego-loos. Helemaal niet eigenwijs ook, daarom ging het samen zo goed.’

De Greeuw: ‘Ik draag het stempel van een einzelgänger of een monnik. Ik kom nooit op tv en mensen kennen me hooguit als die depressieve gast uit Hoorn. Maar eigenlijk slaat dat nergens op.’

Het album Pergola, dat je na een depressie in 2001 met JOHAN uitbracht, stond onlangs in het blad OOR op nummer 5 in de lijst met beste Nederlandse platen van deze eeuw. Wat doet dat met je?
De Greeuw: ‘Ik vind dat heel eervol. Het album is na meer dan twintig jaar echt een classic geworden. Een ijkpunt in de Nederpop. En natuurlijk is Pergola ook heel belangrijk voor me. Ik schreef de liedjes toen ik me echt erg slecht voelde. Het Amerikaanse avontuur van JOHAN was mislukt, mijn vader overleed, ik moest echt uit een diep dal klimmen en als therapie ben ik liedjes gaan schrijven waar Pergola uit ontstaan is. Daar heb ik vijf jaar aan gewerkt en het is mooi dat het album na jaren nog zo resoneert.’

Berlijn: ‘Ik zat toen uiteraard nog niet in JOHAN maar heb de band altijd wel gevolgd. De titelsong van Pergola is een van mijn favoriete JOHAN-liedjes, maar ik hou ook erg van Oceans en When I’m On My Own van THX JHN, het album dat daarna kwam. Die gaan we nu hopelijk spelen.’

De Greeuw: ‘Niet alle liedjes van Pergola kan ik nog zingen. Ik wil gewoon niet meer terug naar de duisternis waarin ik zat toen ik dat album maakte.’

Pop Music van JOHAN is op 14 maart te zien in de Tamboer Hoogeveen. Kaarten zijn te koop KLIK HIER en aan de kassa van het theater. Meer informatie: johantheband.com

Foto: Han Ernst

Interview met Guido Weijers “Leven is theater, theater is leven”


Hoogeveen, 14 februari 2025 – Op donderdag 20 februari speelt Guido Weijers zijn voorstelling Momentum in theater De Tamboer te Hoogeveen. Onze verslaggever sprak met hem over humor, imago en kwetsbaarheid.
 

Guido, je bent al jaren een bekende naam in de cabaretwereld. Kun je ons vertellen over de transformatie die je hebt doorgemaakt in je carrière?
‘Zeker. Vroeger lag mijn focus vooral op het maken van grappen die snel scoorden. Logisch. Als jonge hond wil je snel groeien. Tegenwoordig voel ik ook de behoefte om meer diepgang en echtheid in mijn shows te brengen. Ik wil nog steeds dat het publiek hard lacht, want ik ben een pleaser maar net zoals in het leven, zijn er in mijn voorstellingen steeds meer momenten van reflectie en inzicht’.

Wordt dat gezien?

‘Gelukkig wel. Programmeurs en theaterdirecteuren komen steeds vaker weer naar m’n voorstelling kijken omdat ze via via hebben gehoord dat het heel anders is dan ‘wat ze kennen van 10 jaar geleden’. En eerlijk gezegd voelt het fijn dat mensen in het theater me waarderen en beoordelen om wie ik echt ben en niet op een imago dat 20 jaar geleden is ontstaan’.

Wat is dat imago dan?
‘Nou dat is gek, dat blijkt dus bij iedereen anders. Rechtse mensen vinden me links. Linkse mensen denken dat ik rechts ben. Mensen dachten vroeger dat ik heel commercieel ben. Achteraf blijk ik zo ongeveer de enige cabaretier die nooit in een commercial heeft gespeeld. Maar ik snap wel het vertekende beeld. Ikzelf loop bijna nooit in een kostuum, maar op TV tijdens De Oudejaarsconference wel. Dus als mensen me kennen van TV, dan zagen ze me op een manier zoals ik eigenlijk nooit ben. Daar ben ik mee gestopt. Ik ben nu zonder opsmuk gewoon mezelf. Ook in het theater’.

Staat dat imago je in de weg?
‘Ik vind dat ik met volle zalen niet mag klagen over populariteit. Anderzijds voelt het soms als gemiste kans dat bepaalde mensen niet weten wat ik tegenwoordig maak. Tegenwoordig speel ik soms, weer net als vroeger, onaangekondigd in comedyclubs. Dan zit er ineens een zaal voor m’n neus, waarvan niemand ooit een kaartje voor me zou kopen. Juist van die mensen hoor ik achteraf dat ze blij verrast zijn omdat ze een heel ander beeld van me hadden. Ik waardeer die eerlijkheid en ben dan dankbaar dat die mensen me beoordelen op de inhoud’.

Wat is je grootste verandering?
‘Momentum is een voorstelling waarin ik kwetsbaar ben. Er zitten veel waargebeurde verhalen in. Ik neem mijn werk bloedserieus, maar mezelf iets minder. Ik dacht altijd: Wat heeft het publiek nou met mijn worstelingen te maken? Het is nu voor het eerst dat ik persoonlijke tegenslagen in grappige verhalen heb gegoten. Dat is eng voor mezelf, maar blijkt ook heel krachtig te zijn’.

Dat is wel een flinke stap. Van platte grappen naar persoonlijke inhoud.
‘Klopt, maar het is ook een heel logisch proces. In het begin van mijn carrière wilde ik vooral bewijzen dat ik grappig was. En ik had op m’n 23e ook echt minder meegemaakt. Ik vind het nu steeds mooier als er onder humor ook een schurende laag zit. Mensen laten lachen is mooi , maar mensen laten lachen èn ze ook raken is fantastisch. Dat is theater op z’n mooist’.

Wat is theater voor jou?
‘Leven is theater en theater is leven. Het is de plek waar mensen echt verbinden. In een wereld waarin we allemaal steeds meer op onze telefoon zitten, is het een verademing om iets ‘samen en ‘live’ te beleven… Het is écht, hier en nu’.

Heb je nog verrassingen in petto voor het publiek?
‘Haha, altijd! Maar die ga ik niet verklappen. Daarvoor moeten mensen maar gewoon komen kijken!’

Wat staat er verder op de planning voor 2025?
‘Voorlopig ligt mijn focus op deze tour. Ook Gabbers staat weer voor de deur. Dat is een show die ik samen met Philippe Geubels, Jandino Asporaat en Roué Verveer in het Ziggo Dome speel. Zo groot en spectaculair als dat wordt, zo persoonlijk is deze tour in de theaters. Ik ben wat dat betreft echt een vat vol tegenstrijdigheden. Ook zit ik eind dit jaar, 25 jaar in het vak. Voelt als een mijlpaaltje. Maar dat is pas eind dit jaar. Eerst even beseffen wat er nu allemaal is en elke avond mensen lekker laten lachen en genieten’.

Wil jij ook genieten van de voorstelling Momentum? De laatste kaarten voor de voorstelling op donderdag 20 februari te Hoogeveen zijn nu te koop via www.detamboer.nl of www.guidoweijers.nl 

Bibliotheek in Beeld: Paula gaat in gesprek met Roy de Witte directeur van de Bibliotheek Hoogeveen.

Hoogeveen, 11 februari 2025 – Paula Bansema in Gesprek met Roy De Witte, Directeur van de Bibliotheek in Hoogeveen.

Paula Bansema had onlangs de gelegenheid om in gesprek te gaan met Roy De Witte, de directeur van de Bibliotheek in Hoogeveen. Tijdens dit boeiende gesprek vertelde De Witte enthousiast over de vele mogelijkheden en faciliteiten die de bibliotheek te bieden heeft.

Josephine Baker was meer dan een danseres in een bananenrokje’


Hoogeveen, 8 februari 2024 – Interview voor de voorstelling Josephine B.Deze vindt plaats op zaterdag 22 februari 2025 in theater De Tamboer

Channah Hewitt speelt de legendarische ster uit het interbellum in revuemusical

Channah Hewitt speelt Josephine Baker in de musical over het leven van de befaamde revuester (1906-1975). Josephine B – een leven in revue komt vanaf februari 2025 september naar de Nederlandse theaters en vertelt het ongelooflijke verhaal van het straatarme meisje dat op haar 19e, erotisch dansend in een bananenrokje, Parijs én de wereld aan haar voeten kreeg.

 Ze houdt ervan ‘krachtige en eigenzinnige vrouwen’ te spelen. Channah Hewitt (29) was eerder te zien als de leeuwin Nala (The Lion King), Tina Turner (Tina de musical) en vorig seizoen nog als Fantine in de bekroonde musical Les Misérables.

,,Ik herken me in Josephine Baker. Ze is een knokker en dat ben ik ook”, zegt ze ,,Op de een of andere manier komen er vaak dat soort rollen op mijn pad. Vrouwen die alles zelf bevechten, kijk naar Tina Turner. Ik herken bij Josephine Baker het vuur, het doorzettingsvermogen, de drive. Als ik ergens in geloof en voel: dit is het juiste om te doen, ga ik er voor. Al is de hele wereld tegen me.”

De Graaf & Cornelissen Entertainment brengt vanaf februari 2025 de musical Josephine B – een leven in revue in de Nederlandse schouwburgen. Het toonaangevende (musical)impresariaat had in 2016 al vergevorderde plannen om de voorstelling in ons land op de planken te brengen. Maar omdat ook Liesbeth List de Musical geprogrammeerd stond en twee musicals over een diva teveel van het goede was, werd het voornemen uitgesteld.

Maar nu is Josephine B – een leven in revue eindelijk in Nederland te zien. De voorstelling vertelt het ongelooflijke en opwindende verhaal van zangeres, danseres en actrice Josephine Baker (geboren Freda Josephine McDonald, St. Louis, Missouri) die de wereld zou veroveren als revuester in met name het vooroorlogse Parijs. In de Franse cabarets en vaudeville theaters echoden de ‘O la la’s’, want het was bepaald een pikante act waarmee Baker geschiedenis zou schrijven. Vermaard waren haar opzwepende en erotische dansen die ze – slechts gekleed in een bananenrokje – opvoerde.

Channah Hewitt: ,,Maar Josephine Baker was zoveel meer. Ze zei later dat ze negen levens had geleid.  Ze was een kind van de straat, al jong aan het werk als dienstmeisje en op haar 12e dakloos. Haar overlevingsmechanisme was te dansen voor geld. Ze werd een sensationele revueartiest: eerst in de Verenigde Staten, daarna in Frankrijk waar ze in 1937 het staatsburgerschap verkreeg.

,,Ze groeide uit tot een mondiale superster en sloot zich tijdens de Tweede Wereldoorlog bij het Franse verzet aan waarvoor ze werd gedecoreerd. Ze was een van de twee vrouwen die sprak tijdens de March on Washington in 1963 voor gelijke burgerrechten voor zwarten in Amerika. Ze adopteerde 12 kinderen van over de gehele wereld en had amoureuze relaties met zowel mannen als vrouwen. En dat allemaal tijdens een niet eens zo heel lang leven – ze werd 68 jaar.”

Na haar overlijden werd Josephine Baker bijgezet in het Panthéon in Parijs, de prestigieuze laatste rustplaats voor Franse grootheden die zij deelt met onder anderen Voltaire, Rousseau, Hugo en Dumas. Tot op de dag van vandaag geldt zij, ook voor huidige generaties, als voorbeeld van een grootmoedig mens. Als de vrouw, bijvoorbeeld, die in de VS weigerde op te treden voor een gescheiden wit en zwart publiek, zoals destijds te doen gebruikelijk was. Ze eiste altijd een evenredige mengeling van zwarte en witte bezoekers. Zeker, The show must go on, maar wel op haar voorwaarden.

,,Daar was in die tijd van strenge rassenscheiding durf voor nodig”, zegt Channah Hewitt. ,,Josephine Baker maakte op die momenten echt een vuist. Zó in je kracht te blijven staan verdient alleen maar bewondering. Dat je niet voor je financiële zekerheid kiest of denkt: schrik ik hier mijn fans en de boekingsagenten niet mee af?

,,Op dat vlak identificeer ik me volkomen met haar. Ook anno nu is er wat betreft racisme strijd te leveren. Hoe ouder ik word, hoe meer ik het zie. Een simpel voorbeeld: toen ik de rol van Fantine in Les Misérables kreeg werd er meteen gefluisterd: ach, die is alleen gecast omdat ze zwart is… Ik denk dat mensen zich niet eens bewust zijn welke negatieve kracht en impact die woorden op mij hebben.”

Een live-orkest op het podium herschept straks de sfeer van de Roaring Twenties, de Années Folles, het zorgeloze en decadente interbellum totdat Adolf Hitler een gruwelijke schaduw over Europa wierp. Onder de acht acteurs op het podium ook de broer van Channah Hewitt, Leo-Alexander, die de rol van Martin Luther King vertolkt. De zwarte dominee hield zijn vermaarde toespraak – ‘I have a dream’ – in het bijzijn van Josephine Baker op de eerder genoemde March on Washington.

Josephine Baker zou zelf ook de 250.000 aanwezigen toespreken. Ze deed dat, als altijd, in rake bewoordingen en niets verhullend taalgebruik, onder meer over emigratie naar Europa. ‘In Frankrijk kon ik naar elk restaurant, ik kon overal water drinken en hoefde niet naar een toilet voor gekleurden. Ik was niet bang meer dat iemand tegen me zou zeggen: ‘Nikker, achteraan sluiten.’ Dat is zo vaak tegen me geschreeuwd.’

Channah Hewitt: ,,Leo-Alexander en ik staan voor het eerst samen in het theater. Hij is de belangrijkste reden dat ik in dit vak ben beland. Hij is vijf jaar ouder en ging destijds naar het Lucia Marthas Institute for Performing Arts. Ik begon met dansen en, later, met zingen omdat mijn grote broer het deed.”

In 2013 kreeg Channah Hewitt een ernstig verkeersongeluk toen ze op de fiets werd aangereden door een auto. ,,Mijn wereld stortte in toen ik op het asfalt lag. Ik droomde van een carrière als danseres, maar brak mijn been op een aantal plaatsen. Het was traumatisch. Helemaal toen de bestuurder alleen maar de schade aan zijn auto opnam, klaagde dat hij te laat zou komen voor een vergadering en mij toebeet: ‘Stel je niet zo aan’!”

Ze moest anderhalf jaar revalideren – een carrière binnen de musical leek verder weg dan ooit. Maar ook nu kwam de vechter in Channah Hewitt boven. Sterker: ze overwon de grote fysieke ongemakken van haar ernstige blessure en keerde terug naar haar opleiding. Daar werd ze gescout door de Amerikaanse danser en choreograaf Anthony Burrell, bekend van zijn werk met onder anderen de Amerikaanse superster Beyoncé.

Burrell nam haar mee naar Philadelphia en ging in de zomer met haar aan de slag. Channah Hewitt: ,,Als een echte mentor die me eigenlijk adopteerde als zijn zusje. ‘Ik breng je terug op je oude niveau’, beloofde hij mij. En dat lukte. Voor mijn ongeluk kon ik heel goed pirouetten draaien, dat is nooit meer teruggekomen. Maar voor de rest… dans is gelukkig heel breed.”

Haar hoofdrol in Josephine B – een leven in revue beheerst momenteel haar bestaan. Ze leest, kijk documentaires en speelfilms over het leven van de legendarische danseres en wil ook Kasteel des Milandes bezoeken in de Franse Dordogne, de plek waar Josephine Baker 20 jaar met haar geadopteerde kinderen woonde.

,,Ik kruip echt letterlijk in haar huid”, zegt Channah Hewitt, terwijl ze een foto van haarzelf als Josephine Baker toont. ,,Eerst dacht ik: dat wordt niks. Dunne wenkbrauwen, make up-technieken van toen… Wij kennen inmiddels een heel ander schoonheidsideaal. Maar toen ik me eenmaal in een glitterjapon stak en een zwarte, strakke pruik opdeed, zag ik: Wow, dit is echt prachtig. Zó jaren 20.”

Channah Hewitt: ,,Ik vind het ongelooflijke eer deze vrouw te mogen spelen. In al haar complexiteit. Ze was zelf biseksueel, maar ontstak in woede toen een van haar kinderen homoseksueel bleek te zijn. Die moest vertrekken. Dat is toch onverklaarbaar? Was ze wellicht zelf ongelukkig met haar seksuele geaardheid? Had het met haar katholieke achtergrond te maken? Er blijft bij Josephine Baker gelukkig genoeg te raden over.

,,Wat blijft is haar enorme veerkracht en drive, een leven lang. Dat is voor mij zo herkenbaar. Mij is niets komen aanwaaien, ik heb altijd geknokt. Ben vaak op m’n gezicht gegaan, maar stond altijd weer op. In die zin is Josephine Baker een meer dan inspirerend voorbeeld.”

Foto: Roy Beusker

Een bokswedstrijd uit liefde: Interview met Carine Crutzen en Bert Luppes over Hulde


Hoogeveen , 27 januari 2025 – Carine Crutzen en Bert Luppes spelen Geesje en Adam in een gloednieuw Nederlands toneelstuk, geschreven door Peer Wittenbols. Twee mensen die zeventig jaar lief en leed met elkaar hebben gedeeld en niet alleen terugkijken op de ups en downs uit hun relatie, maar ook op een telkens veranderende tijdgeest.

Carine Crutzen: ‘Dit stuk is een duel van twee personages én van twee acteurs. Wij vertellen in ruim anderhalf uur het leven van Geesje en Adam en daarin laten we zowel de lol als de worstelingen zien. Geesje en Adam krijgen te maken met ontrouw, met ziekte, met tegenslag, met alles wat er in een leven kan voorkomen. In hun zeventig jaar huwelijk staan ze elkaar af en toe echt naar het leven, ze gedragen zich soms vreselijk kinderachtig, zoals dat gebeurt in de meeste relaties, maar ze blijven elkaar opzoeken. Ze laten elkaar niet koud.’

Bert Luppes: ‘Er komen een aantal oergegevens voorbij die in elke relatie op de een of andere manier een rol spelen. Wij mensen blijven toch een stelletje prutsers die maar wat doen en het ook niet weten. We rommelen maar wat aan, het gaat fout en uiteindelijk komen we er toch weer uit. Het huwelijk van Geesje en Adam is een bokswedstrijd en het mooie is dat die wedstrijd is gebaseerd op liefde. Het zijn twee bijzondere personages, die aan elkaar gewaagd zijn. Naarmate ze ouder worden blijven ze flexibel in hun denken. Ze zijn niet alleen in gevecht met elkaar, maar ook met de veranderende mores en politiek.’

Herkenbare tijdgeest
Carine Crutzen: ‘Omdat het stuk zeventig jaar bestrijkt, en er dus heel veel tijdsprongen in zitten, laat de voorstelling zien hoe je wordt beïnvloed door de tijd en hoe je moet dealen met opvattingen die in de loop der jaren veranderen. Neem bijvoorbeeld de opvattingen over seksualiteit en relaties. Als je in de jaren vijftig trouwde, dan bleef je hoe dan ook bij elkaar, ook als je seksueel op elkaar uitgekeken raakt. In de jaren zeventig ging je dan openlijk rommelen met anderen en nu lijken stellen op dat punt van hun relatie weer veel makkelijker uit elkaar te gaan.’

Bert Luppes: ‘Die tijdgeest is zo concreet in dit stuk dat we die allemaal, jong en oud, op de een of andere manier herkennen. Ik was zelf eind jaren zestig nog niet seksueel actief, dus ik heb die periode van vrije seks niet zelf meegemaakt, maar ik kreeg het als kind wel mee. Het speelde zich af onder de volwassenen om mij heen, er kwam bloot op televisie, je zag beelden van Woodstock en hoe men zich daar gedroeg.’

Carine Crutzen: ‘En die herkenning gaat niet alleen over seksualiteit maar over allerlei onderwerpen en momenten in de tijd. De sluiting van de mijnen in Limburg, reclames als die van Badedas en Sandeman, beschrijvingen van hoe het interieur er uitzag in verschillende decennia.’

Niet opgeven
Bert Luppes: ‘Peer Wittenbols heeft het stuk speciaal voor ons geschreven, er zitten ook elementen in die uit onze levens komen: Adam komt uit Den Haag en ik ook, Geesje komt uit Limburg net als Carine. We spelen niet alleen onze personages, maar op een bepaalde manier ook onszelf. Wij de acteurs nemen de kijker per scène, en soms per zin, mee naar een volgende situatie van de personages.’

Carine Crutzen: ‘Het verhaal van deze twee mensen is soms ontroerend, en vaak heel geestig. Zoals het leven ook over vallen en opstaan, zoeken en niet opgeven gaat.’

Interview door: Brechtje Zwaneveld
Foto: Annemiek van der Togt

 …